| Leeshoek - Flitsklasse |
Zeilen in de Flits
De Flits
Zo ziet een Flits eruit.
(schematische tekening).
Basisuitrusting
Wat er in de boot aanwezig moet zijn als je gaat wedstrijdzeilen
Natuurlijk zorgt elke Flitser dat zijn of haar boot in optimale conditie is. Natuurlijk is de boot ook gemeten en voorzien van een geldige meetbrief. De meetbrief moet ieder jaar verlengd worden en de kosten hiervoor moeten worden overgemaakt op de rekening van de NNWB. Als dit niet gedaan is kan je uitgesloten worden van deelname aan de wedstrijden.
Ieder lid van de Flitsclub is automatisch lid van de Koninklijke Watersportvereniging Sneek, je hoeft dus niet apart lid te worden van een zeilvereniging, zoals is aangegeven in het wedstrijdreglement. In iedere, aan de wedstrijd deelnemende boot moeten, volgens de klassenbepalingen, twee bemanningsleden aanwezig zijn, die op 1 mei van het zeilseizoen de leeftijd van 18 jaar niet bereikt hebben. Wanneer een bemanningslid jonger is dan 6 jaar, dan is het verplicht om het zwemdiploma behaald te hebben. Eigenlijk raar dat er in de klassenvoorschriften gesproken wordt over een zwemdiploma. Het is toch immers logisch dat je moet kunnen zwemmen als je gaat zeilen.
Ieder bemanningslid van een Flits moet een zwem- of reddingsvest dragen, dat gebruiksklaar is. Dit betekent dat je het vest aan moet hebben en dat de sluitingen van het vest dicht gemaakt moeten zijn. Dit is verplicht in de wedstrijd, maar zeker ook buiten de wedstrijden zal hier door de stand-by ouders op gelet worden. Een wedstrijdcommissie kan je diskwalificeren als je het zwemvest niet op de juiste manier draagt!!
Verder staat er iets over verplichte inventaris in de bepalingen. Zo moeten er twee peddels, een hoosvat, pomp of puts en een fokkeloet aan boord zijn. De hoosluikjes dienen op de juiste plaats aanwezig te zijn en er moet een luchtzak van minimaal 100 liter onder het voordek bevestigd te zijn, terwijl er aan de twee zijkanten onder de boorden luchtzakken van minimaal 90 liter vast zitten. Aan de bevestiging van de luchtzakken moet extra aandacht besteed worden, want veel te vaak komt het voor dat de luchtzakken na het omslaan gewoon los wegdrijven van de boot. Een goede tip is het dan ook een keer om te slaan buiten de wedstrijd, zodat je weet hoe jouw materiaal reageert op nattigheid. Natuurlijk is het ook goed om zelf te weten wat je moet doen als je gedwongen wordt naast de boot te zwemmen.
Verder mogen er veel dingen wel, en ook een hoop dingen niet in de Flits. Het aller belangrijkste is dat de Flitsklasse betaalbaar blijft en vooral daarop zijn de klassenbepalingen afgestemd.
Basis trim voor de Flits
Voor de meeste Flits kinderen en ouders zal het onderstaande wel gesneden koek zijn, maar toch komt het af en toe voor dat beginnende zeilers en hun ouders problemen hebben met het optuigen en trimmen van hun Flits. Daar willen we wat aan doen. Eigenlijk is het heel eenvoudig als je een paar dingen weet. Wat je om te beginnen wilt bereiken is een bootje dat goed stuurt en goed kan meekomen in een wedstrijdveld.
Loefgierigheid
Laten we eens beginnen met loefgierigheid en lijgierigheid. Loefgierigheid is dat de boot als je het roer loslaat in de wind gaat liggen. Lijgierigheid is het tegenovergestelde. Het beste is de boot zo te trimmen dat hij een beetje loefgierig is. Loefgierigheid wordt door drie dingen beïnvloed:
• Hoe scheef de boot gaat; Elke boot wordt loefgierig als hij te scheef gaat!
• Hoe hard het waait; hoe harder het waait des te loefgieriger is de boot.
• De stand van de mast.
De stand van de mast.
Als basis plaats je de mast in het mastspoor in de tweede sleuf van voren gerekend. Dan zet je de zijstagen vast aan de puttingen. Dit gebeurt meestal met gatenplaatjes. Let erop dat de stagen aan beide kanten vastzitten in de zelfde gaatjes. Dan bevestig je de voorstag. Trek nu de voorstag flink strak en “meet” de afstand tussen de voorkant van de mast en de kuiprand. Deze moet ongeveer de breedte van 4 vingers (ca. 8 cm) bedragen. Als deze afstand te groot is maak dan de zijstagen langer door ander gaatjes in de gatenplaatjes te kiezen. Als de afstand tussen de mast en de kuiprand te klein is maak je de zijstagen korter. Wel altijd beide zijstagen even veel verlengen. Controleer nu opnieuw de afstand tussen mast en kuiprand en pas de zijstagen zonodig verder aan tot de afstand van 4 vingers is bereikt.
Ga pas verder met de stand van de mast experimenteren als je zeker weet dat je de boot goed rechtop kunt varen en je geen grote vouwen in je zeil hebt.
Stand van het grootzeil
Alle zeilen zijn een beetje verschillend. Het is dan ook niet zo gemakkelijk om de beste stand van het grootzeil te beschrijven. Als basis kun je aanhouden dat het grootzeil op de mast precies tussen de twee zwarte banden op de mast moet staan. Dus de bovenkant van de giek te hoogte van de bovenkant van de onderste zwarte band, en het topje van het zeil te hoogte van de onderkant van de bovenste zwarte band. Dit bereik je het gemakkelijkst door het zeil te hijsen met de neerhaler los. Je hijst het zeil, tot het topje van het zeil net boven de bovenste zwarte band uitkomt. Dan trek je de neerhaler aan tot de bovenkant van de giek net ter hoogte van de bovenkant van de onderste zwarte band staat nu contoleer je of het topje van het zeil goed staat.
Verder moet je de spanning langs de giek nog goed zetten. Dit doe je door de achterkant van het zeil meer of minder naar achteren op de giek te trekken. Een goede basisstand is de achterkant zo aan te trekken dat net geen plooi langs de giek ontstaat.
Stand van de fok
Bevestig de fok op het voorste gaatje van de gatenplaat op het voordek. Hijs nu de fok en trek de val zo strak dat er wat spanning in de zijstagen staat. De voorstag hangt nu los, maar dat geeft niets. De instelling van de schootlijogen is wat lastiger te vinden. Een manier is de boot, op de wal zo neer te leggen dat de zeilen goed wind vangen. Trek nu de schoot aan, maar niet al te strak. De onderkant van de fok moet mooi rond staan, en mag ietsje naar binnen komen. Trek ook het grootzeil strak. Als je nu naar de achterkant van de fok kijkt moet de onderste driekwart evenwijdig aan het grootzeil lopen. Als dit minder dan driekwart is moet het foklijoog naar achteren, en als dit meer is naar voren.
Toch nog problemen?
Als je na het uitvoeren van deze instructies toch nog problemen hebt, bijvoorbeeld dat je de boot niet goed rechtop kunt varen met wat meer wind, vraag dan hulp aan wat meer ervaren ouders of zeilers. Iedereen wil je wel verder helpen.
Behandeling en Onderhoud
Als je je flits goed behandelt en onderhoudt kan hij met gemak 25 jaar mee.
Je moet er dan wel wat voor over hebben. Het van belang dat je samen met je fokkenist een aantal zaken op je flits controleert:
Voor het zeilen:
Zijn de zelflozers dicht en zitten de doppen in de spiegel goed vast?
Zitten de drijfzakken goed vast en zijn ze goed opgeblazen?
Is het midzwaard opgetrokken en zit het goed vast?
Is de verstaging in orde en zitten alle harpjes en andere bevestigingen goed vast?
Zijn de zeilen goed bevestigd en zitten ze voldoende strak?
Is de neerhaler aangetrokken?
Zitten de schoten goed (geen knopen) en heb je er een achtknoop ingezet?
Zitten de hangbanden goed vast?
Heb je de banenkaart en een protestvlag aan boord
Soms is een (meestal groen) zeilteken op een bepaalde plaats in het grootzeil of de fok verplicht volgens het plaatselijk zeilreglement (wordt dan vermeld in het wedstrijdboekje)
Nu is je boot gereed om in het water getild te worden. Probeer de boot zoveel mogelijk te tillen in plaats van schuiven of trekken. Er zijn altijd wel collega zeilers of flitsouders die je willen helpen als je dit vriendelijk vraagt.
Na het zeilen:
Altijd eerst de zelflozers dicht, anders kunnen deze beschadigen als je de boot op de wal trekt. Bovendien loopt er anders water in je boot! (Doe dit voor je de haven binnenvaart.)
Zorg dat het midzwaard is opgetrokken en goed vast zit en haal het roer alvast van de boot. Nu is je boot gereed om op de wal getild te worden.
Probeer de boot weer zoveel mogelijk te tillen in plaats van te schuiven of te trekken.
Eenmaal op de wal zet je de boot direct op bokjes, waarbij je er op moet letten dat de bokjes onder de spanten van de bodem worden gezet
Vervolgens de zeilen eerst laten drogen en dan kreukvrij oprollen en in de zeilzak doen.
Je boot goed uitdrogen met een spons. Als je het dek wilt drogen of schoonmaken, doe dit dan altijd met een wat natte doek, om krassen te vermijden.
Berg de peddels en de fokkeloet goed op op hun vaste plek in de boot
Controleer of alle harpjes, wantspanners (sluitringen) en andere bevestigingen goed vast zitten. Met name als het hard heeft gewaaid kunnen deze zaken ongemerkt los gaan zitten of beschadigen
Als de boot goed droog is, doe dan de dektent op de boot. Hierdoor bescherm je de lak tegen weersinvloeden en voorkom je dat anderen je boot kunnen beschadigen.
Onderhoud:
Hoewel de flits een houten boot is, valt het met het onderhoud ervan reuze mee.
Voorwaarde is echter wel dat je dit niet laat versloeren en elk jaar (de winterperiode is hier heel geschikt voor) je boot waar nodig een nieuwe lak- en/of verflaag geeft.
Doordat de kielbalk van de boot door het in- en uit het water halen beschadigd, zal hier meestal een nieuwe verflaag aangebracht moeten worden. Ook kleine beschadigingen zullen bijgewerkt moeten worden om je boot in goede staat te houden.
Bij grotere beschadigingen of als de verflaag niet mooi meer is kun je de gehele buitenzijde van de romp schuren en vervolgens 1 à 2x in de verf zetten.
Dit gaat het gemakkelijkst als je de boot op zijn kop legt.
Door de binnenkant van je boot licht te schuren en vervolgens in de lak te zetten kan deze weer een heel zeilseizoen mee.
Vergeet ook niet de mast, de giek en het roer te controleren op beschadigingen. Ook deze kun je licht schuren en 1 à 2x in de lak zetten.
Om een mooi resultaat te krijgen doe je er verstandig aan om alle materialen die er aan bevestigd zijn te verwijderen. Dit is tevens een goede gelegenheid om te controleren of alles nog in goede staat is.
Het dek van je boot heeft meestal het meeste te lijden. Controleer dan ook goed of er krassen of beschadigingen inzitten die behandeld moeten worden.
Bedenk hierbij dat licht schuren en 1 à 2x aflakken veel minder werk oplevert dan het moeten verwijderen van waterinsluitingen in de lak door slecht onderhoud.
Voor het krijgen van goede adviezen over welke verf of lak je kunt gebruiken adviseer ik jullie je oren te luisteren te leggen. Binnen de flitsclub is hier de nodige kennis zeker aanwezig.
Veiligheid op het water.
Het zeilseizoen in de Flits loopt van eind maart tot eind oktober. Soms is het nat en koud en draag je met plezier je droogpak omdat je dan droog en lekker warm blijft. Soms is het in maart en oktober ook nog heel mooi weer. Maar vergis je niet, het water kan dan al erg koud zijn. Natuurlijk is zeilen in zwembroek en T-shirt bij zon en hoge temperaturen heel wat prettiger dan in je droogpak maar vergis je niet, het kan vooral in het voorjaar ook heel gevaarlijk zijn. Lees maar eens goed het onderstaande waar gebeurde verhaal van de Flitsclub stand-by .
Tijdens de openingswedstrijden werden we zondags verrast met fantastisch weer. Weinig wind maar een temperatuur van rond de 18 graden gaf al een echt zomers gevoel.Er was een lang uitstel i.v.m. het wegblijven van de wind maar rond 12 uur konden veel zeilers niet langer wachten en gingen toch het water op. Ondanks dat er wel degelijk vooruit te komen viel besloot het comité erg lang te wachten en pas rond 2 uur werd er gestart. In tussentijd lagen wij in de Flitssloep met de beide Flitsrubbers tussen de veel lol hebbende en rond zeilende Flitskinderen.We zijn ons kapot geschrokken.
De feiten: Plusminus 1/3 van de kids had geen droogpak aan
Plusminus 10 zeilers niet eens een jollenbroek o.i.d.
